Zo, die zit. Ik doe een rouwcursus. Waarom? Geen idee, maar ik voel nú is de tijd. Want soms wéét je dat je iets moet doen. Het is mei 2011.
Daar zitten we en praten over reacties die je kunt hebben na een verlies. De meesten hebben schuldgevoelens of spijt.
Had ik maar eerder…. Had ik maar nooit…. Had ik nog maar kunnen zeggen dat… Twijfels en vragen die blijven terugkomen.
Makkelijk voor mij! Ik heb geen enkel gevoel van schuld, tekortkoming of spijt, niks nada. Een baby was ik. Nee, als er iemand tekort is geschoten is het mijn vader. Ja sorry dat ik het zo zeg. Ik beleef het van een afstandje.

Thuis gekomen, begin ik te schrijven; een brief aan mijn vader. Ik vertel hem over mijn leven, over de voor mij belangrijke momenten. Ik laat de brief zichzelf schrijven. Niet te veel nadenken, de woorden laten opkomen.
En dan merk ik opeens wat ik aan het doen ben.
Ik vertel hem mijn beslissingen, beslissingen waarvan ik weet dat hij het er niet mee eens zou zijn. Waarvan ik dénk dat hij het er niet mee eens zou zijn. Mijn vader, die ik alleen ken van foto’s en verhalen.
Een vriendelijke rustige man, diep gelovig met principes én humor. Nee, hij zou waarschijnlijk niet alles kunnen waarderen. Beter gezegd, hij zou vanuit zijn standpunt niet alles kunnen begrijpen.
Maar ik schrijf door. Want dit is míjn leven. Zo heb ik geleefd en zo leef ik vandaag. En het is alsof ik me opricht, alsof ik groei. Ik laat zien wie ik ben.

Als je opgroeit met een vader, heb je jaren de tijd… kun je ruzie maken, gesprekken voeren, weglopen en terugkomen, hulp vragen en steun krijgen, plezier maken en je ergeren, uit elkaar groeien en weer naar elkaar toe. Alles kun je doormaken. Dat heb ik niet gehad. Dat hebben wij kinderen die onze vader of moeder niet hebben gekend, niet kunnen be-leven.
En dat ben ik nu dus aan het doen. Al schrijvende. Dit ben ik. Niet meer en niet minder. Het is alsof ik hem recht aankijk. Alsof ik me opricht, alsof ik volwassen word.
Mijn vader heeft ook niet kunnen groeien. Het beeld van hem is stil blijven staan op het moment dat hij overleed. Maar ook hij zou veranderd zijn, door de tijd, door de relatie met mijn moeder, mijn zus en mij (en wie weet meer zussen of broers), door hemzelf en alles om hem heen.
Ik besef dat. Wij zouden er samen uit zijn gekomen. Ik minder radicaal, hij minder behoudend. Of niet. Hoe dan ook, het zou een enorme verrijking van ons leven zijn geweest, zo voel ik dat. En al schrijvende voel ik de band tussen ons groeien, de liefdevolle band.
Dus ook dat is rouwen: ontmoeten, de ander die er niet meer is, ontmoeten.
Ik neem mijn woorden terug. Je kan wél rouwen om een vader die je niet hebt gekend.
Ik ben dankbaar dat ik ben begonnen met het rouwen om een vader die er niet was en toch is. Een vader van wie ik zielsveel hou.
Anja
* * * *
Mooi geschreven!
LikeLike
Dankjewel
LikeLike